Het gedrag t.o.v. de tegenstander
HET IS TOEGESTAAN:
· Armen en handen te gebruiken om in het bezit van de bal te komen
· De tegenstander (met of zonder bal) met het lichaam te sperren
· Frontaal en met gebogen armen met de handen lichaamscontact te hebben met de tegenstander om hem te controleren en te begeleiden
· Met één hand de bal uit de handen van de tegenstander te tikken (dit mag niet in de vorm van slaan, stompen, trekken en dit mag niet t.o.v. de doelverdediger; de beste omschrijving op welke wijze dit mag is “met een korte, vlugge polsbeweging en geopende hand”...)
HET IS VERBODEN:
· De bal uit de handen van de tegenstander te trekken of te slaan
· De tegenstander vast te houden
· De tegenstander te klemmen, te stoten, te slaan, te duwen
· De tegenstander met armen, handen of benen te sperren
· Een grove overtreding te maken t.o.v. de tegenstander
· Tegen de tegenstander aan te lopen of te springen
· De bal tegen de tegenstander te werpen
· Een gevaarlijke schijnbeweging te maken met de bal (schrikeffect!)
·
Acties te ondernemen die de gezondheid van de tegenstander kunnen schaden
deze laatstgenoemde acties moeten worden bestraft met een diskwalificatie!!
Voorbeelden:
een speler die werpt, wordt op werparm geslagen of aan werparm getrokken.
een speler die loopt of springt zodanig aanvallen, waardoor deze de lichaamscontrole verliest.
een actie zo uitvoeren dat de tegenstander aan hals of hoofd wordt geraakt.
PROGRESSIEF STRAFFEN
Alle overtredingen tegen spelregel 8 (zie hierboven) moeten altijd progressief bestraft worden! Indien één speler bij herhaling een zelfde overtreding tegen spelregel 8 begaat, moet deze PROGRESSIEF BESTRAFT worden. De lichtste vorm van een progressieve strafopbouw is een officiële waarschuwing (gele kaart), vervolgens de tijdelijke uitsluiting enz......
Worden de overtredingen tegen spelregel 8 gemaakt om als doel te hebben de tegenstander uit te schakelen of te hinderen, zonder daarbij het spelen van de bal als doel te hebben, dan moet er direct progressief gestraft worden!