De Inworp
WANNEER?
Een inworp wordt toegekend indien de bal in zijn volle omvang de zijlijn is gepasseerd.
Tevens wordt een inworp toegekend indien de bal de achterlijn in zijn volle omvang is gepasseerd en de bal het laatst is aangeraakt door een veldspeler van het team dat het doel aan de betreffende achterlijn verdedigt.
Een inworp wordt ook gegeven als een speler de bal in eigen doelgebied terugspeelt en de bal gaat over de achterlijn.
WIE MAG DE INWORP NEMEN?
Het team waarvan geen speler de bal het laatst heeft aangeraakt.
PLAATS
Indien de bal een zijlijn heeft overschreden, dan wordt de inworp genomen op de plaats waar de bal de zijlijn is gepasseerd.
Indien de bal de achterlijn is gepasseerd, dan wordt de inworp genomen op het snijpunt van zijlijn en achterlijn, aan die zijde van het doel waar de bal is gepasseerd.
UITVOERING
Bij het nemen van de inworp heeft de uitvoerende speler één voet op de zijlijn (of op de kruising van zijlijn met achterlijn) en de worp wordt in stand uitgevoerd en de bal moet een zweefmoment kennen. De speler die de inworp uitvoert, mag de bal pas weer raken nadat de bal aangeraakt is door een andere speler.
Indien de speeltijd is verstreken, wordt de inworp niet meer uitgevoerd.
Een inworp kan rechtstreeks tot een doelpunt leiden.
Een inworp wordt in principe zonder fluitsignaal uitgevoerd.
In bepaalde gevallen moet de inworp worden uitgevoerd ná een fluitsignaal: bij spelregel 15 (uitvoeringswijze van de worpen) wordt duidelijk wanneer o.a. de inworp na een fluitsignaal wordt uitgevoerd.
Wanneer de bal het plafond raakt (of een attribuut dat aan het plafond hangt) wordt een inworp in plaats van een vrije worp gegeven.
De inworp wordt genomen door de tegenstander van het team welke het laatste de bal aanraakte. De inworp dient genomen te worden op een plaats op de dichtstbijzijnde zijlijn welke het dichtst ligt bij de plaats waar de bal het plafond o.i.d. raakte.