Home Spelregels aanval 7 meterworp

De 7 meter worp

WANNEER?
· bij het tegen de regels verhinderen van een vrije doelkans
· bij het voordeel behalen uit het betreden van het doelgebied door een verdediger ten opzichte van de aanvaller, daarmee een vrije doelkans verhinderend
· bij een onterecht fluitsignaal van de secretaris/tijdwaarnemer bij een vrije doelkans
· bij het verhinderen van een vrije doelkans door een buitenstaander WAT IS EEN VRIJE DOELKANS?
· Als de speler de bal en lichaam onder controle heeft, op weg is naar het doel van de tegenpartij en er buiten de doelverdediger geen verdedigers meer zijn tussen hem en het doel (het tippen is ook “onder controle hebben” !).
· Als de speler de bal en lichaam onder controle heeft en alleen tegenover de doelverdediger aan de doelgebiedlijn vrij kan schieten.
· Als de scheidsrechter er van overtuigd is dat de speler zich in hierboven beschreven situaties zou kunnen komen, maar de bal nog niet onder controle heeft.
· Als de doelverdediger het doel heeft verlaten en de aanvaller, de bal en lichaam onder controle hebbende, heeft een zekere en ongehinderde mogelijkheid de bal in het lege doel te gooien. Andere spelers mogen zich tussen de werper en het doel bevinden: de scheidsrechter moet er op attent zijn dat de tegenstander niet met reglementaire middelen deze kans kunne verijdelen.
Een vrije doelkans kan zich voordoen op het GEHELE SPEELOPPERVLAK!

DE UITVOERING

Het automatisch toekennen van een time-out bij het toekennen van een 7-meterworp is per 1 aug. 2005 in de officiële spelregels veranderd. De scheidsrechters dienen zich bij de beslissing of zij een time-out geven te laten leiden door de gangbare overwegingen (bijv. Wisselen van de doelverdediger).
De 7-meter worp wordt altijd uitgevoerd na het fluitsignaal hiervoor van de scheidsrechter en moet binnen 3 seconden worden uitgevoerd. De uitvoerende speler dient hierbij minimaal één voet de grond te blijven raken (wélke voet is niet belangrijk.....).
De 7-meter lijn mag niet worden aangeraakt of overschreden, voordat de bal de hand van de speler heeft verlaten: de scheidsrechter mag niet fluiten voor een 7-meter worp als de uitvoerende speler de 7-meter lijn raakt of dreigt te raken (corrigeren).
De bal moet altijd richting doel geworpen worden.
Ter verduidelijking: de speler mag bij de uitvoering van een 7-meterworp tot maximaal één meter achter de 7-meterlijn staan, wellicht om bij het nemen van de worp het risico van overschrijden te vermijden. Dit heeft echter geen effect op de positie die andere spelers in mogen nemen.

OVERIGE SPELERS
ALLE overige spelers dienen zich op minimaal 3 meter afstand van de 7-meter lijn te bevinden en buiten het vrije-worpgebied. Let op: de afstand van 3 meter is vanaf de 7-meter lijn en niet vanaf de werper!
Betreedt een aanvaller het vrije-worpgebied voordat de bal de hand van de werper heeft verlaten, dan volgt een vrije worp tegen de aanvaller.
Betreedt een verdediger het vrije-worpgebied voordat de bal de hand van de werper heeft verlaten, dan volgt een doelpunt als de bal in het doel gaat; anders wordt de 7-meter worp overgenomen (dus het resultaat afwachten).
Deze laatste regel is ook van toepassing ten opzichte van de doelverdediger en de doelverdedigersgrenslijn.....

DE VOORDEELREGEL
De scheidsrechter mag geen 7-meter worp toekennen als de aanvaller hierdoor benadeeld wordt. Maar ook mag geen 7-meter worp worden toegekend na het toepassen van de voordeelregel en de aanvaller niet scoort, hoewel er sprake was van “de bal onder controle hebbende...” (het zgn. twee kansen voor een dubbeltje).